|
Dagtaak Elke dag een korte column met reflectie op het nieuws, de actualiteit, opvallende gebeurtenissen of publicaties. Meestal mild en poëtisch, soms bijtend cynisch. Volg Dagtaak via twitter:http://twitter.com/#!/@dagtaak mail: dagtaak.tve@gmail.com Dagtaak is goed geïndexeerd door o.a. Google, type Dagtaak + trefwoord, of zoek direct op een woord uit de titel in de zoekbalk op de site. Dagtaak is een initiatief van TVE Tekst en Advies (Ton van Eck). De 15 meest gelezen columns van het afgelopen kwartaal vindt u hier. |
|
|
| Zak! (3) Zin en onzin, herinneringen of fictie Woensdag 11 juli 2012 (dit het derde deel van Zak! deel 1: http://dagtaak.org/2012/07/zak-ik-hou-van-jou.-woorden-in-het-donker..html deel2: http://dagtaak.org/2012/07/fictie--hoofdpersoonbescherming-en-literatuur.html ) Zak! Wist ik. Ik ging zitten en typen. Eerst aarzelend, letter voor letter, daarna sneller, als een razende. Het moest terug. Wat ik nog wist, dat schreef ik op, waar ik iets niet meer terug kon halen, verzon ik het. Ik geloof dat, ondanks de klaarblijkelijke onzin, het leven toch een zin heeft. De mens is het enige dier dat het groepsleven opgeeft om zich als eenling het anderen en zichzelf lastig te maken. Het tarten en beledigen is geen doel op zich maar komt voort uit frustratie, zelfgekozen eenzaamheid, machtswellust, jaloezie en meestal uit liefde. Als ik aan haar denk zie ik een leeg strand voor me. Een schip beweegt, nauwelijks zichtbaar, traag aan de horizon. Een surfer die zich met moeite tegen de golven in werkt. Aan de landzijde achter mij een blaffende hond. Zij loopt met een stok in haar linkerarm tegen de wind in. Het strand is verder verlaten. Ik sta boven op de duintop maar ben er niet echt. Als zij om zich heen zou kijken zou ze een leeg strand zien en kale duintoppen. Ze is niet een persoon die een wandeling maakt en dan omkeert om hetzelfde traject in tegengestelde richting af te leggen. Het is heel belangrijk dat ze niemand tegenkomt op het strand. Elke opmerking van haar, of zelfs elk zwijgen, zal mijn beeld van haar doen wankelen. Ik kijk haar na tot ze uit het zicht is verdwenen. Het is meer dan acht jaar geleden dat ik haar voor het laatst zag. Op die avond probeerde ze mij te kussen. De hele avond waren we samen geweest zonder een woord te wisselen. Ze pakte me beet, hield me vast en drukte zich tegen me aan. Ik zag haar betraande, iets loensende, ogen en duwde haar van me af. Ze draaide zich onmiddellijk om en vertrok. De week daarna heb ik de trein naar Nijmegen genomen. Maandagmiddag was het, ik vertrok vanaf het station Amstel. Samen met mij stonden tientallen mensen te wachten op de trein. Mannen, vrouwen, kinderen, alle leeftijden. Waarom toch al die mensen? In de drukte lukte het niet me te concentreren om waar het werkelijk om ging. Ik ging terug, terug naar de stad waar het begon. De afkeer. Het kost moeite niet in paniek te raken van de zweetlucht die me begint te omringen. Transpiratie is het eerste teken dat erop wijst dat ik de situatie niet meer onder controle heb. De trein rolt binnen. De wachtenden zetten zich in beweging. Ze beginnen zich als in een stoet te gedragen en lopen met z’n allen met de rijrichting van de trein mee. Ik blijf stokstijf staan. Onbewust ben ik actief bezig mijn bekertje koffie te verdedigen. De zuigkracht van de passanten maakt nu plaats voor een tegengestelde kracht. Ik loop naar het achterste gedeelte van de trein en stap in. De trein zet zich langzaam in beweging. Ik weet dat ik de Bijlmer bajes gezien moet hebben, het Oriëntal Palace, de Arena, het futuristische Rabo-bank gebouw, maar ik herinner me niets, niets. Toen ik de Waal onder de spoorbrug zag stromen moet ik bijgekomen zijn. Ik kijk even of ik de witte boot met het rode dak nog op het Waalstrandje bij Lent zie liggen. Dat herinner ik me. De Waal en de poging het bootje te zien. De trein stopt voor de laatste keer, ik vergeet mijn bagage bestaande uit een grote witte plastic tas niet en loop de trein uit, het perron op. Hier ook weer mensen. Blije mensen die elkaar begroeten. Gewone drukte. Niemand die zich te goeder of te kwader trouw maar iets van me aantrekt. Toch heb ik het angstaanjagende gevoel bekeken te worden, te worden gecontroleerd. Alsof iemand mijn wegen volgt en conclusies trekt. Ik ben moe en voel me smerig, de reis heeft me geen goed gedaan. Ik snak naar opfrissing, op alle fronten. Met de laatste energie die ik heb herpak ik mezelf. Ik ga op pad, naar waar het allemaal begon. |
|